vrijdag 5 februari 2010

jeugdcultuur en het evangelie - deel 1

een paar weken geleden hield ik op een ouderavond van onze kerk, voor de ouders en jeugdleiders in het tienerwerk, een verhaal over jeugdcultuur en het evangelie.
ik vind het leuk om die gedachten ook via deze blog te delen.
het gaat meer over tieners dan over schoolkinderen, maar het is vast zinnig om over na te denken. ik plaats het in gedeelten; hierbij het eerste.

Waarom is het zinnig om over jeugdcultuur na te denken?
Als christenen leven we middenin deze wereld. Voor de ene jongere ziet dat er wat anders uit dan de andere; de één zal meer in contact komen met de Nederlandse cultuur dan de andere en de één heeft er ook meer behoefte aan dan de andere.
Toch kunnen we onszelf niet zonder cultuur denken.
We leven, bewegen in de wereld waarin we zijn. En dat geldt ook voor onze kinderen.

De Heer Jezus zelf zegt in Johannes 17 dat zijn volgelingen niet bij de wereld horen, maar wel in de wereld leven. Wel in de wereld, maar niet van de wereld. Een aantal dingen daarover:

  1. Misschien merk je bij jouw kind niet zoveel van de hele jeugdcultuur. Dat kan. Dat hoor je ook in de woorden van Jezus: Ze horen niet bij de wereld, zoals ik niet bij de wereld hoor. In die woorden hoor je afstand ten opzichte van de wereld omdat je dichtbij Jezus leeft.
  2. Tegelijk is Jezus ook heel eerlijk over vijandschap in de wereld; en de trekkende kracht in de wereld. Dat merken we ook bij jongeren: de wereld, een wereldse jeugdcultuur kan aan hen trekken. Jezus zegt: Ik vraag niet of u hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of u hen wilt beschermen tegen de duivel. Blijkbaar trekt de duivel aan ons, en ook aan onze kinderen, tieners, jongeren.
  3. Er zijn ook jongeren die de wereld ingetrokken zijn. Die niet meer van zichzelf zeggen wat Jezus zegt: Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. Onze kinderen, onze tieners, kunnen van ons weggetrokken worden – en ook van God weggetrokken worden. Zoals de verloren zoon. Natuurlijk hopen en bidden we dat ze ontdekken dat de wereld zonder U een lege, duistere en onherbergzame plek is en dat ze terugkomen naar u.
  4. En daarin zit natuurlijk ook een opdracht van God zelf; om die verloren zonen en dochters terug te halen. Zoals Jezus zegt: Ik zend hen naar de wereld, zoals u mij naar de wereld hebt gezonden. God zegt niet: roep vanuit je eigen veilige zaaltjes of huiskamers die jongeren toe dat ze terug moeten komen. Jezus zegt: ik stuur jullie er naar toe. Jeugdleiders zijn volgens mij mensen die naar de jongeren toe gestuurd worden; naar waar die jongeren zitten, in welke situatie ook. Met de boodschap van het evangelie; waarvan Johannes eerder zegt dat het om redding gaat en om licht.

De ene jongere zal meer door de wereld om ons heen beïnvloed zijn dan de andere. En dat hoeft dan niet eens om geloof of ongeloof te gaan. Een heel gelovige jongere kan zeggen: ik vind onze diensten niets aan, want ik voel helemaal niets. Dat heeft natuurlijk alles te maken met onze cultuur waarin ervaren heel centraal staat.

In elk geval lijkt me duidelijk dat we jeugdwerk midden in onze cultuur doen. En dat het dus handig is om iets van cultuur en jongerencultuur te weten.

Ook daar kunnen we in de bijbel over lezen. Dan komen we natuurlijk bij de apostel Paulus aan. Ook Paulus weet alles over verschillende culturen. Na zijn bekering is hij eerst naar Arabië gegaan; verder heeft hij onder Joden gewerkt, maar ook onder Romeinse heiden.

Hij schrijft in 1 Korintiërs 9:
19 Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen. 20 Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen. 21 En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik als iemand geworden die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus. 22 Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. 23 Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen.

In de tijd van Paulus waren dat een aantal belangrijke culturen: de Arabische, bedoeïenencultuur; de Joodse cultuur waaruit hijzelf kwam, gestempeld door de Torah; en de Griekse, heidense cultuur met een ingewikkelde godenwereld en allerlei filosofieën.
Je leest dat Paulus allerlei dingen doet, waarvan wij misschien zouden schrikken. Hij eet offervlees bij mensen, wat uit de tempels komt. Hij bezoekt de godenbeelden in Athene en sluit daarbij aan. Hij past zich elke keer weer aan om in elke cultuur duidelijk te maken wat het betekent dat Jezus de Heer is.

* * * * * * * * *

volgende keer verder!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen