woensdag 26 juni 2013

het schrikbeeld van de huur

onderstaande tekst is zaterdag 22 juni
gepubliceerd in het Nederlands Dagblad 
de foto's zijn niet allemaal scherp 
(door mijzelf gemaakt ;-)
maar hebben wel betrekking 
op de gezinnen waarover het gaat



Um-Boaz ben ik. 
Dat mijn oudste kind een dochter is 
telt blijkbaar niet mee.
 Ik ben de moeder van mijn oudste zoon. 

Um-Amir is zij. 
Ze moet lachen als ik vertel 
dat ik ‘maar’ één zoon en twee dochters heb. 


Hier zijn het allemaal grote gezinnen. 
Um-Amir heeft acht kinderen. 
Niet allemaal zijn ze bij haar, 
een paar zijn in Syrië achtergebleven. 


Haar man en schoonmoeder zijn er wel. 
Met negen personen wonen ze 
in een tweekamer appartementje. 

Haar man heeft geen werk 
en ze hebben al een paar keer geld moeten lenen 
om de huur te betalen. 

Als de toekomst ter sprake komt, huilt ze. 
Telkens weer veegt ze met haar hoofddoek 
haar tranen af. 

(de lokale partner van hulporganisatie ZOA
komt bij Um-Amir zitten en slaat een arm om haar heen. 

AWT bezoekt de gezinnen in deze flats 
om noodhulp te kunnen verlenen. 
Dat gaat volgens strenge criteria: 
het gezin moet niet al voedselcoupons van de UNHCR ontvangen 
en korter dan zes maanden in Jordanië verblijven. 
Op deze manier hoopt AWT de gezinnen te bereiken 
die het meest hulpbehoevend zijn. 


Het gezin van Um-Amir is hier al acht maanden 
en krijgt al hulp. 
AWT heeft wel schoenendozen voor de kinderen meegenomen, 


De twee meisjes op de matrassen 
krijgen elk een doos. 
Kerstdozen zijn het. 
We moeten samen lachen 
om de grappige pinguïn die erop staat.



Ook het volgende gezin is groot: zes kinderen. 
Ze hebben in het kamp Za’atri gezeten. 

“Het was zes dagen, 
maar het voelde als zes jaar. 
Het was er onveilig 
voor onze tienerdochters, Deema en Deena. 
De toiletten waren veel te ver weg.” 

Nu wonen ze in dit flatgebouw. 
Het grootste probleem lijkt de huur. 

Vader heeft in Damascus gevangen gezeten. 
Hij is zo mishandeld dat zijn rug blijvend is beschadigd. 
Vorig maand, toen ze hier net waren, kwam de huisbaas al langs 
en begon hun meubels uit het huis te gooien. 
Ze leenden geld, maar vrezen het moment 
dat hij deze maand zal komen. 
Misschien slapen ze vanaf dat moment wel in het park. 


Het is wrang. 
Hun huis in Damascus is onbeschadigd. 
Ze laten er andere vluchtelingen wonen, 
die hoeven van hen geen huur te betalen.

Vader vindt het verschrikkelijk om zo te leven, 
zonder doel. 
“Elke avond ga ik naar het dak om te huilen.” 


Deema en Deena luisteren zwijgend 
naar alle zorgen en traumatische herinneringen 
die hun ouders aan de mensen van AWT vertellen. 

Ze gaan niet naar school. 
Er is onderwijs dat open staat voor de Syrische kinderen, 
maar de kinderen stromen niet (gemakkelijk) in. 

Deema en Deena zitten de hele dag in de flat, 
met de deur op slot 
en de televisie aan. 

Het is hartverscheurend om deze kinderen te zien, 
de lege blik in hun ogen 
en de doelloosheid in hun bewegingen. 

En dan te bedenken 
welke verhalen en herinneringen 
in hun hoofd leven. 

Hoe kunnen deze kinderen verder leven? 

Ruba geeft aan dat AWT nadenkt 
over het organiseren van activiteiten voor kinderen.

Ook Deema, Deena en hun broers en zussen krijgen een schoenendoos. 
Ze verdwijnen naar de andere kamer en gaan spelen. 


Ik vraag hun ouders welke lichtpuntjes ze nog zien. 

Verrassend genoeg is de vader positief: 
“Toen ik in de gevangenis werd gemarteld, 
leerde ik geduld. 
Ik dacht eraan dat ik mijn kinderen en familie weer zou zien.” 

Zijn vrouw blijkt geen hoop meer te hebben. 
Alleen het schrikbeeld van de huur 
die betaald moet worden. 


Het lijkt erop dat dit tweede gezin door AWT geholpen kan worden. 
Die hulp bestaat uit voedselpakketten, 
maar ook dekens, kussens, pannen en andere huisraad. 

Er lijkt geen oplossing te zijn voor het betalen van de huur.


We lopen terug naar de auto, 
langs de hopen stinkende vuilnis. 

Deze avond is Ruba (AWT) moe. 

Van ons natuurlijk, 
ze neemt ons de hele dag op sleeptouw. 

Maar ook van het werk, 
al die verhalen 
en alle nood 
waarvoor geen oplossing lijkt te zijn. 

We bidden voor haar: 
“Heer, geef deze prachtige, sterke vrouwen 
en al onze Arabische zusters 

de vrede van Christus.”



je kunt op de website van ZOA meer lezen 
over de hulp die zij in jordanië bieden
wil je misschien ook overwegen hen te steunen? 
via de site kun je doneren

je kunt er ook linkjes naar de verhalen van de andere vrouwen vinden. 
bid je mee voor de syrische vrouwen? 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen