maandag 24 juni 2013

wereld vluchtelingen dag

onderstaande tekst is donderdag 20 juni
gepubliceerd in het Nederlands Dagblad 
de foto's (behalve de onderste)
zijn gemaakt door Jonneke Oskam


Farah heet haar dochtertje.
Vreugde – in het Arabisch. 
Meteen zijn we verbonden. 
Mijn peuterdochter heet Anna Joy. 


We kijken elkaar aan, 
lachen wat 
en ik zet haar op de foto.
Ze zegt dat ze wel zou willen dat ik hier kon blijven.

Hier, 
dat is het kamp waar ze nu woont. 
Het is een klein kamp, 
er wonen 88 families. 

Sommige tenten staan dicht bij elkaar, 
andere wat apart.
Twee kraantjes die uit de grond komen 
en één toilet. 


Dit kamp is vele malen kleiner dan het officiële kamp Za’tri 
waar honderdduizenden vluchtelingen verblijven. 
Veel families die we hier in Amman tegenkomen 
hebben in Za’tri gewoond. 
Ze zijn daar weer weggegaan. 
Voor hen was het een onveilige plek 
en ze zijn verder gevlucht. 

In Za’tri zijn vrouwen bang 
voor sexueel geweld: 
dat zijzelf verkracht worden 
of door geldnood hun dochters moeten uithuwelijken. 

In Za’tri zijn ze bang 
voor ziekte: 
in zo’n groot kamp kan zomaar een epidemie uitbreken. 

Daarom zijn ze hier neergestreken: 
op een veldje, 
buiten de armste wijk van Amman. 
Ze wonen nu in tenten die ze meenamen uit Za’tri 
of die van jutezakken zijn gemaakt. 


Om op het landje te kunnen wonen, 
moeten ze werken 
in de fabriek die eigendom is van de eigenaar van het stuk land. 

Kerken uit Amman geven soms voedselpakketten 
en komen langs. 
De kinderen kunnen lang niet altijd naar school. 

De moeders vertellen hoe uitzichtloos het is: 
hun kinderen hebben diarree, zijn verkouden 
en melk voor de baby’s kunnen ze niet altijd krijgen. 

Ze maken zich ook zorgen 
over de trauma’s van hun kinderen: 
als er een vliegtuig overkomt, 
rennen de kinderen weg 
en schreeuwen ze panisch. 
Van elke knal schrikken ze. 

Wat zal er van deze kinderen terechtkomen?

Hoe zal het verder gaan met Farah? 
Zal ze haar vader, 
een Syrische strijder, 
ooit nog terugzien? 
Zal ze ooit in Syrië naar school gaan?

Farah heeft ook een klein zusje: Amal. 
Hoop. 
Alle vrouwen in dit kamp koesteren hoop: 
“we hopen terug te kunnen naar ons land. 
Zelfs als alles is platgebrand, 
zullen we het herbouwen."



je kunt op de website van ZOA meer lezen 
over de hulp die zij in jordanië bieden
wil je misschien ook overwegen hen te steunen? 
via de site kun je doneren

je kunt er ook linkjes naar de verhalen van de andere vrouwen vinden. 
bid je mee voor de syrische vrouwen? 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen