donderdag 1 mei 2014

door een spiegel?

onderstaande meditatie verscheen in het blad
de reformatie, waaraan ik verbonden ben

ik deel 'm ook graag met jullie

* * *


Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben.
1 Korintiërs 13:12

Wanneer gebruik je een spiegel?

Een spiegel gebruik ik om mijzelf eens goed te bekijken op de momenten dat het ertoe doet.  Om te controleren of mijn kleren goed zitten. Om te kijken of mijn lippenstift nog wel dekkend is en er geen snotvlekken van de kinderen op mijn jasje zitten. Als ik precies wil weten hoe ik eruit zie, loop ik naar de spiegel toe. Want de spiegel geeft me die precieze blik.

Dat is juist niet waar Paulus het over heeft. Paulus verbindt de spiegel met wazigheid, met minder scherpte dan de werkelijkheid. Dat komt natuurlijk omdat de spiegels in de tijd van Paulus ook zo wazig waren. Van koper bijvoorbeeld. Niet zo scherp als de spiegel die boven jouw wastafel hangt.

Dat is lastig. Want wij willen graag die scherpe spiegel, om alles precies te kunnen zien en controleren. Ik wil graag weten hoe de rest van mijn leven eruitziet en of ik de goede keuzes maak. Ik wil God graag kennen en begrijpen. Maar dat lukt me allemaal maar slecht. Hoeveel weet ik nu van het leven, of van God? Slechts contouren en af en toe een scherpe flits.


Eerder zegt Paulus: kennis [zal] verloren gaan – want ons kennen schiet tekort.

Mijn kennen schiet tekort.
Ik zie niet alles en ik begrijp niet alles.
En dat is moeilijk genoeg.

Wat houdt ons dan op de been? In dagen dat we keihard oplopen tegen deze wazigheid? Op moment dat we zo graag meer zouden willen zien van God?

Is het de toekomst, die mij op de been houdt? Dat die kennis ooit ook afgedaan zal hebben, en dat ik dan wel alles zal zien, zoals het is? Dat ik God zal zien zoals Hij is?

Niet helemaal.
Dat is slechts de toekomst.
Niet alleen de toekomst geeft een christen hoop.
Er is ook hoop in het heden.

Dat wij gekend zijn.
Dat ik gekend ben.
Uiteindelijk is dat wat me op de been houdt.
Dat God mij kent. Dat God mij liefheeft.

Want 1 Korintiërs 13 gaat niet over kennis, maar over liefde.
Gods liefde houdt mij op de been.

Dan is niet de vraag: wat kan ik allemaal zien en te weten komen?
Maar: laat ik mij kennen, dragen, liefhebben?





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen